In een folkboat over de atlantische oceaan (deel 2)

In een folkboat over de atlantische oceaan (deel 2)

Nieuwe vrienden in Mindelo

foto van de haven van Mindelo op de Canarische Eilanden

In Mindelo besteedde ik wat tijd aan het verbeteren van mijn stuurinrichting, de zeilen en het staande want. Ik putte wat drab onder uit de boot die door de lekkages daar ontstaan waren en het belangrijkste van alles, ik maakte een overdek voor het hoofdluik. Ik maakte nieuwe vrienden met de bemanning van een onderhoudschip, dat daar gestationeerd was en die ik shockeerden door mijn plannen te onthullen, om in Zuid Amerika een half oerwoud te decimeren om een houten schip te kunnen bouwen. Er was ook nog een jong echtpaar, dat et mij begaan was en dacht, dat ik kompleet gek geworden was, bij het vernemen van mijn plannen voor de oversteek. Na alle werk gedaan te hebben, was ik klaar om af te varen, maar niet nadat ik eerst nog een keer een muzikale avond in een lokale bar beleefd had. Met een flinke kater zette ik mijn reis voort en beetje beschaamd, dat ik van de hele archipel slechts één eiland bezocht had. Ik zeilde wat rond in de luwte van Santo Antao, toen de straffe wind plotseling terugviel naar een windstilte. Van drie riffen in het grootzeil liep ik binnen een paar meter terug naar een windstilte. Desondanks bereikte ik een klein gehucht dat Tarrafal genaamd was en daar nestelde ik mij beneden in een kleine vallei, die omgeven was door enorme bergachtge klippen. Daar bleef ik twee nachten voor anker liggen, op afstand van dat slaperige dorp en trok de rotsachtige bergen in voor een wandeling, genietend van de rotsachtige grond onder mijn voeten. ’s avonds bracht ik de avond door met eten en drinken, samen met een vrijgevig koppel, dat 15 jaar eerder daar was aangeland en een afgelegen gasthuis begonnen waren. Ik zou hier zeker zijn blijven hangen als de Caribean niet gewenkt had. Daarbij wist ik ook wel, dat naarmate ik het langer uitstelde, hoe moeilijker het zou worden.

De Overtocht

Aldus lichtte ik op zekere morgen het anker, hees de zeilen en weg was ik. Ik keek achterom naar et verdwijnende land, waarvan ik wist dat ik dit de komende weken niet meer zien zou. Ik voelde me opgetogen, erg bang, maar ook opgewonden.

De barometer was stabiel, het weer was mooi en er stond een stijve bries. De eerste dagen was er geen boot te zien en door mijn alarm uit te schakelen, kwam mijn slaapschema weer tot rust. Mijn lichaam raakte gewend aan de geluiden van de boot en de deining van de zee, waardoor slechts kleine afwijkingen mij reeds deden ontwaken. Ik at genoeg, flatbreads klaar makend op mijn vertrouwde handgepompte parafine kacheltje en pakken biscuits verslindend, die ik zonder succes geprobeerd had voor mijzelf te verbergen. Daarbij probeerde ik zo snel mogelijk door de berg vers fruit en groente te komen, voordat ze begonnen te rotten. Dit leidde wel tot enkele interessante maaltijden. Na drie dagen begon de hoeveelheid argassogras in het water toe te nemen. Het beëindigde mijn vissen en het kreeg vat op mijn servo pendule van de windvaan-stuurinrichting, dat weer een uit de koers raken van de boot veroorzaakte. Ik spendeerde een dag om met een pikhaak, gevaarlijk over de rand van de boot hangend, om het weg te krijgen, maar het gras bleef komen en het werd een echt probleem. Tenslotte haalde ik het gehele stuursysteem weg en bond de jib-schoot aan de helmstok. Na wat geëxperimenteer met elastieken, aanklipblokken en diverse jib-maten, lukte het mij om de boot, varend voor de wind, weer goed zelfsturend te maken. De navigatie was de dagelijkse hoeksteen en voorzag in de focus en de structuur van de dag. Drie keer de zon schieten gaven mij een goede 12-uurs positie en na een poosje lukte het mij ook om sterren en planeten te schieten. Het aantal maaltijden die gekookt moesten worden, een biertje bij zonsondergang, samen met een beetje muziek of lezen, waren mijn dagen prettig gevuld. Mijn grootste zorg was echter een infectie die ik, vlak na vertrek vanuit Kaap Verdië, opgelopen had. Wanneer die ging zwellen en pijnlijk werd, schoten gedachten als koudvuur en amputatie door mijn gedachten. Gelukkig verdween dit via de medicatie. Er waren wel wat zaken die minder van belang waren, zoals een vastgelopen val, wat zware regenbuien, zware deiningen’ doch niets was onhanteerbaar. Ik besteedde uren aan het uitdenken van plannen, mezelf rondwentelen in herinneringen en mogelijkheden. Soms dreef het schommelen van de boot mij bijna tot waanzin.

Het leven aan boord

Wanneer je zoiets simpels probeerde, als het zetten van een kopje thee en de golven bleven je op en neer gooien door de kajuit, waardoor je thee gemorst werd, of je hapje werd rondgeslingerd, terwijl je met samen gedraaide knieën en ellebogen en je hoofd in krappe ruimten probeerde de zaak te controleren, voelde dit bijna als een persoonlijke belediging. Van tijd tot tijd leerde je echter wel op een beter manier te bewegen en te zorgen, dat je ook wel met minder thee rondkwam. Slapen ging moeilijk als er een flinke zee stond. Iedere onregelmatige golf deed je ontwaken en ontlokte een een kontrole aan dek om te zien of er iets vreemds aan de hand was of deed je uitkijken naar een naderende zware bui. Deze Atlantische buien kwamen diverse keren per dag voor of soms helemaal niet. Soms brachten ze een huilende wind en soms weer alleen een zware regenbui. Je weet het niet, dus moest je iedere keer wanneer er eentje aankwam de zeilen reven. De ergste zijn zo krachtig en hebben geen medelijden met de dwaas in een klein bootje met een vol tuig. Ofschoon de winden meestal ideaal waren, waren zij toch wat aan de sterke kant en bracht ik mijn dagen door met de zee aandachtig te bestuderen tot het over was en mij verwonderend over de gootschaligheid van het universum en de grootsheid van de oceaan en dan dacht ik aan mijn kleine boot in het midden daarvan. Het gevoel was een mengsel van kwetsbaarheid, vrijheid, kracht en vrees. 

Na 20 dagen trof ik Martinique, op het het punt dat de zon opkwam in het donker aan, terwijl ik rondom het eiland voer. Het eiland leek bedrog, alsof het een naar achteren gegooid theatertje was met vlakke randen, die in lagen op elkaar gestapeld lagen, en de illusie van een dieptewerking gaven.De kleuren waren belachelijk levendig en de geur van het land was modderig, bossig en allesomvattend. Ik vond mijn weg naar de haven terwijl ik mij toch vreemd voelde. Ik gooide het anker uit en ging aan wal. Bebaard, zonverbrand, gezouten en moe, kwam ik al wiebelend boven in een restaurant aan en van alles, had ik het meest behoefte om wi-fi te vinden om mijn ouders en vrienden te laten weten, dat ik aangekomen was. De airconditioning voelde koud aan en begon mijzelf bijna met wat ironie uit te lachen. Ik had duizenden mijlen afgelegd om ergens waar het warm en mooi was te komen. En hier stond ik dan in de Caribbeanin een Mc Donald te bevriezen. Nadat ik mijn E-mails verzonden had en weer ontsnapt was, vulde ik mijn longen met de warme Caribbean lucht, genoot zichtbaar van de prachtige kleuren en slenterde weg, op zoek naar koud bier.

Betreffende mijn schip:

Interieur Zweedse folkboat
foto overgenomen Zweedse verkoopmakelaar

Ik kocht haar drie jaar gekeden in een slechte conditie aan. Ze had iets meer dan een flink deel aan rot in haar lijf. Maar haar uitstekende uitstraling gaf haar iets speciaals. Een machineloze Nordic Folkboat, die in 1947 in Zweden gebouwd was, zo dacht ik, want het niet meevalt om goede informatie te krijgen. Toen ik haar de eerste keer zeilde trok zij een putting eruit en kwam de mast naar beneden. Gelukkig belandde ik in Cornwall waar, dankzij de verbazende vrijgevig-heid en goede adviezen, ik in staat was om haar voor een prikje opnieuw op te bouwen en vertrok tien maanden later op het zeil. Ze had nieuwe huidgangen, een nieuwe achterspiegel, een nieuw dek met een nieuwe mast en een ongebruikelijke overdekte cockpit, die ik later gebruikte als stuwplaats en voor meer zeewaardigheid op de oceaan. Na de nieuwe tewaterlating, heb ik nog een hele zomer in Ierland gezeild en na een winter werken op diverse werfjes in Cornwall vertrok ik in het voorjaar van 2014 and here we are in Antigua, West Indië.

Vrije vertaling. Voor de definitieve tekst zie: yachtingworld.com/solo-across-the-atlantic-in-a-folkboat 

Over de auteur

Dex Holland administrator

Geef een reactie