In een folkboat over de Atlantische oceaan (deel 1)

In een folkboat over de Atlantische oceaan (deel 1)

In een volksboot over de atlantische oceaanDeel 1

De eerste stap naar de Canarische Eilanden

Het is wel grappig, dat hoe verder ik van Noord Europa wegzeilde, hoe meer aandacht mijn boot in de jachthavens en op de ankerplaatsen trok. In Cornwall kreeg mijn kleine folkboat met zijn schoorsteen vrijwel geen aandacht. In Frankrijk en Ierland wilden steeds meer voorbijgangers weten, waar ik vandaan kwam. In Marokko konden ze er geen touw aan vastknopen. Tegen de tijd dat ik op de Canarische eilanden, waar dit hoofdstuk begint, kon ik nauwelijks mijn hoofd buiten het schuifluik steken of ik werd met vragen gebombardeerd en meestal vroegen ze “ of ik dit ding hier heen gezeild had”. Dit kwam voor mij een beetje over, als iemand die op een parkeerplaats staat te kijken en vol ongeloof vraagt of ik hem er zelf heen gereden heb. Ik geloof dat de pure kleinheid haar daar zo buitengewoon maakte, door de eenvoud van het tuig en het ontbreken van elk elektronisch systeem. Zoals elke origineel gebouwde zweedse folkboat, zal haar schoonheid daar ook wel een steentje, aan de belangstelling, hebben bijgedragen
Ik ben een paar maanden in de buurt van de Canarische Eilanden blijven rondvaren, mij tegoed doend aan de vele vulkanische ankerplaatsen en de welkome haventjes, maar dan werd het toch weer tijd om echt in te schepen en mij klaar te maken, voor mijn eerste serieuze oceaan-oversteek. Ik trof de gewoonlijke voorbereidingen, die eigen zijn aan een nerveuze zeiler en vulde mijn boot op allerlei manieren met proviand en reserveonderdelen. Het aanblik van de boot’s waterlijn leek voor mij tot een lang verleden te behoren. Tussen de tonnen voedsel en water, bracht ik nog heel veel andere spullen aan boord: een stel speakers, een cirkelzaag, een bibliotheek aan boeken, een paar dozen wijn, stukken timmerhout en natuurlijk ook een oude Franse racefiets.
Ik had mijzelf al ontelbare keren de zolder van de plaatselijke ijzerhandel opgehesen om deze te legen, en uiteindelijk mijn ouders gebeld, om te zeggen dat ik klaar was om te vertrekken.

Met een goed humeur en wuivend naar de vriendelijke buren verliet ik mijn ligplaats. De zeilen gingen snel omhoog en ik maakte nog een kleinrondje rond de ankerplaatsen voordat ik mijn koers naar buiten verlegde. Mijn koers liep langs de buitengaats liggende containerschepen en al manoeuvrerend, kwam ik door de aanlandige wind en via de beschutte wateren in een middelmatige deining terecht. Met twee riffen in het zeil werd ik, als een champagnekurk, wat lukraak voortgedreven door de steeds in windkracht veranderende wind, ten zuidoosten van de Canarische Eilanden. Je voelt je nietig en onbelangrijk als het eiland aan de horizon verdwijnt en de onvoorstelbare uitgestrektheid van de Atlantische Oceaan voor je ligt. Die eerste nacht kreeg ik niet veel slaap door de opwinding en de bezigheden aan het schip, die eigenlijk maar een paar minuten werk hier en daar in beslag namen en voldoende waren om alles in het werk te houden. Wanneer ik in de buurt van de scheepvaartroutes voer of mij in kustwateren bevond, gunde ik mijzelf van tijd tot tijd niet meer dan 20 minuten rust, zodra ik een lege horizon had. In theorie zou dit te lang zijn, wanneer een snel schip op ramkoers aan de horizon zou opduiken. De slaap is echter een verzoeking waar flink tegen gevochten moet worden. De boot en ik kregen het voor elkaar om enkele schermutselingen te vermijden tot de zon weer opkwam en deze de boot nog steeds vrolijk zag ronddrijven. Ik begon een kop thee en wat ontbijt klaar te maken en samen met wat muesli verricht dit wonderen tegen een slaperig hoofd. Ik realiseerde mij dat ik lang genoeg zuidwaarts gevaren had. Mij pogingen om buiten de grote windstiltes ten zuiden van de Canarische Eilanden te blijven, waren succesvol geweest en nu was het ongeveer het moment om de koers naar het westen te verleggen om zodoende de lange opbouwende deining die ver uit de kust van Marokko loopt te ontwijken

De natte oversteek naar Kaap Verdië

De wind en de deining waren tijdens dit traject gedurig krachtig en ik wist dat ik een natte tocht in het vooruitzicht had. Folkboats staan erom bekend droog tijdens hun beste dagen droog te blijven, maar de positie bij de helmstok werd wel erg aan het weer blootgesteld. Dankzij mijn eigengemaakte zelfstuurinrichting kon ik overwegend in de kajuit blijven, doch iedere keer als ik naar buiten moest om iets bij te stellen, raakte ik doordrenkt. Om de zaak nog erger te maken, kreeg ik lekkages rond de mast en de kajuittrap. Het hoofdluik, ofschoon klein, is niet meer dan een vergiet om de golven buiten te houden. De smalle ruimte onder het luik is niet allen een kleine kombuis, maar ook de enige plek waar je ’s morgens op een emmer kunt neerstrijken. Het is met name ondoenlijk om fatsoenlijk naar de toilet te gaan, terwijl je vanwege de deining telkens 45º naar iedere kant overgaat en dan ook nog enige gvoel van beschaving te bewaren. Ik zeilde verder mijn betrouwbare log voortslepend en de mijlen weg tellend naar de Kaap Verdische Eilanden. De lucht was een beetje betrokken, maar ik kreeg het nog steeds voor elkaar om bij een beetje zonlicht een goede positie te bepalen. Mijn sextant is een plastic EBCO en uitgerust met wat oude 35 mm film om het zonlicht te dimmen. Lang geleden was het door een goede vriend en inspirerende wereldzeiler aan mij afgestaan voor de prijs van een goede maaltijd. Het heeft mij nog nooit in de steek gelaten en dagelijks plotte ik mijn positie, er goed voor zorgend mijn kaarten en mijn Sight Reduction Tables droog te houden. Deze tafels, waarin het azimut en de bijbehorende zonshoogte wordt opgezocht met behulp van de breedtegraad en de uurhoek van de zon, zorgen ervoor dat ik niet verdwalen kon. Ik zorgde ervoor dat mijn potloodmerken in de kaart zuidwaarts en parallel aan de gevaarlijke en dun bevolkte Afrikaanse kust bleven lopen. Het weer was gedurende 8 dagen meedogenloos en vermoeiend en niet één keer heb ik een vol grootzeil gehesen, maar ik had de wind wel gedurig in de rug en was enorm bevredigend om zoveel mijlen af te leggen. Uiteindelijk bereikte ik na 900 mijl de Kaap Verdische eilanden op het ideale moment, net voor zonsopgang. De belangrijkste navigatielichten kon ik nergens ontdekken, maar ik vertrouwde volledig op mijn bestek en volgde de kustzoom van Mindelo. En zo het kanaal tussen Sao Vincente en Santo Antao. Toen ik dichter bij de eilanden kwam, rees de zon net boven de vulkanische pieken verlichten a.h.w. een preahistorisch landschap bestaande uit silhouetten van enorme stenen klauwen die in de lucht omhoog staken. Ik was opgelucht te kunnen ankeren maar ofschoon ik moe was, kon ik nog niet slapen, bij het vooruitzicht aan land te kunnen gaan. Eenmaal aan land geroeid en de eindeloze processie langs de bureaucratie gegaan te zijn, slenterde ik rond Mindelo de cultuur en geur en kleuren opsnuivend.

Volgende keer de oversteek

Over de auteur

Dex Holland

Dex Holland administrator

Geef een reactie